Historiek

tot maart 2015

In de 19de eeuw was T.B.C. een dodelijke ziekte, die vooral de arbeidersklasse trof. De toenmalige geneeskunde had nauwelijks een antwoord op deze vreselijke aandoening. Niet te verwonderen dat de arbeidersklasse, bij monde van haar organisatie, de strijd zou aanbinden tegen deze “witte pest”. 

Na de eerste wereldoorlog werd de strijd tegen T.B.C. gecoördineerd en betoelaagde de overheid een hele reeks initiatieven tegen T.B.C.  De bestaande anti-T.B.C.-organisaties sloten een verbond met de mutualistische antiteringskassen, zodat een ganse infrastructuur kon uitgebouwd worden.  De socialistische mutualiteiten konden aldus een kasteel te Astene-Deinze, dat eigendom was van de coöperatieve Vooruit, in gebruik nemen als een preventorium voor adolescenten (1929).

Voorafgaande aan die periode werd het kasteel gebruikt als ‘Vooruits hotel-restaurant’. Alhoewel deze exploitatie geen succes kende behoort dit initiatief toch tot de allereerste aanzetten voor de uitbouw van georganiseerde kinder- en gezinsvakanties en van wat later het sociaal toerisme is gaan heten.

Maar het oude kasteel was nauwelijks geschikt, zodat vrij snel aan nieuwbouw werd gedacht.

Op de plaats waar het koetshuis stond, verrees in 1942 een modern complex, dat nu wel beantwoordde aan de strenge erkenningsnormen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd deze instelling ook gebruikt als een opvangcentrum voor joodse kinderen.  Men kreeg weliswaar de controle van de Duitsers, maar het enorme Lorreinse kruis bovenop het kasteelhekken, het symbool van de anti-teringsactie, bracht velen onder hen op andere gedachten.

Na de Tweede Wereldoorlog werd het ‘Kasteelken’ een zuiver hersteltehuis en preventorium. De instelling was zeer gesloten en afgezonderd van de buitenwereld. Er heerste een strenge discipline en een Spartaanse gezondheidscultus. Samen met het verdwijnen van die ziekte, verminderde ook het belang van de instelling.  De bezetting daalde stelselmatig en in de zestiger jaren werden er geen reconversiemaatregelen genomen.

In 1974 was het kasteel zo vervallen dat de VZW Mutualistische Solidariteit besloot het te sluiten.  De stad Deinze, met name burgemeester Van De Wiele heeft zelfs een ogenblik overwogen om de instelling en het domein te kopen.  Maar de verkoop ging niet door en tussen 1978-1979 vatte Jos Van Roy het idee op om het preventorium om te bouwen tot een polyvalente instelling: een opleidingscentrum, een vakantietehuis voor gehandicapten en een oord van sociaal toerisme.  Voor dit laatste kon men subsidies verkrijgen en werd besloten het kasteel te slopen en over te gaan tot de bouw van een gloednieuw centrum.

In 1982 startten de werkzaamheden en op 27 mei 1983 deed ‘DECEDER’ zijn deuren open, genoemd naar één der merkwaardigste bomen op het domein. 

Op 6 februari 1984 werd de VZW Vakantiecentrum ‘DeCeder’ gesticht met als doelstellingen: voor de arbeiders een gezonde en economisch verantwoorde vakantie mogelijk te maken, het toerisme en vooral het sociaal toerisme te promoten en het sociaal-cultureel leven en de recreatieve vrijetijdsbesteding te bevorderen.

In 2007, 25 jaar na de opening is ‘DeCeder’ is uitgegroeid tot een levendige bijenkorf waar een zeer grote waaier aan activiteiten doorgaan.

 

Op 1 april 2015 ...

werd DeCeder overgenomen door vzw "De nieuwe Ceder". Naast het sociaal-toerisme ligt de nadruk op vakantie-met-zorg: iedereen met een zorg of revalidatievraag kan een vakantie koppelen aan een aangepast activiteitenprogramma.

Drijvende kracht achter vzw "De nieuwe Ceder" is vzw De Heide uit Merelbeke, een voorziening voor mensen met een beperking (NAH) VAPH-erkend en FAM.